Box 3 en inflatie: hoe de overheid belasting heft over geld dat je nooit hebt verdiend | André van Luijk
Artikel: André van Luijk
Stel, je hebt spaargeld. De bank geeft je 2% rente. De inflatie is 5%. Per saldo ga je er 3% op achteruit, je kunt aan het einde van het jaar minder kopen dan aan het begin. Je vermogen is in de praktijk kleiner geworden.
En dan komt de belastingdienst.
Die heft niet over je winst, want die is er niet. Die heft over een fictief rendement. Vanaf 2028 wordt het nominale rendement belast tegen 36 procent, zonder ook maar één euro correctie voor inflatie. Je betaalt belasting over geld dat je in werkelijkheid nooit hebt ontvangen.
Twee keer verlies je: eerst pikt de inflatie een stuk van je vermogen, dan pikt de fiscus nog een deel.
“Twee keer verlies je: eerst pikt de inflatie een stuk van je vermogen, dan pikt de fiscus nog een deel.”
Wat andere landen anders doen
In veel Europese landen wordt bij vermogensbelasting rekening gehouden met inflatie. De redenering is niet ingewikkeld: als je rendement precies gelijk oploopt met inflatie, heb je in koopkracht niks gewonnen. Dan heb je ook niks te belasten.
Nederland kiest daar bewust niet voor. De reden die wordt gegeven: als box 3 inflatiegecorrigeerd zou worden, betalen spaarders effectief minder belasting dan mensen met een salaris. Dat klopt. Maar de conclusie die daaruit wordt getrokken — dus doen we het niet — is een politieke keuze. Het zegt eigenlijk: we weten dat dit oneerlijk is, maar het past niet in ons systeem.
Een rechtszaak die al gewonnen werd — en een nieuwe die eraan kan komen
Dit is niet de eerste keer dat spaarders en de overheid botsen over box 3. Jaren geleden wonnen spaarders al een rechtszaak, omdat de overheid belasting hief over een fictief rendement dat hoger lag dan wat ze werkelijk ontvingen. De rechter oordeelde dat dit het eigendomsrecht schond — een recht dat is vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De situatie nu is vergelijkbaar. Al jaren is de inflatie hoger dan de spaarrente. Wie zijn geld gewoon op de bank laat staan, gaat er reëel op achteruit. En betaalt daar nu al belasting over.
Een nieuwe rechtszaak is juridisch onzeker — rechters zijn voorzichtig als het gaat om fiscaal beleid. Maar er zijn eerdere rechtzaken rond pensioenen en huur, waarbij rechters wél hebben gekeken naar de reële effecten van belasting. Die deur staat op een kier. En het bewijs hoeft niet te wachten op 2028. De cijfers lopen al vijf jaar.
“Wie zijn geld gewoon op de bank laat staan, gaat er reëel op achteruit. En betaalt daar nu al belasting over.”
De spaarrente gaat toch omhoog?
Dat wordt weleens als tegenargument gebruikt. En voor obligaties klopt dat deels. Maar bij gewone spaarrekeningen liggen de rentes al veel langer structureel onder de inflatie. Bovendien zitten centrale banken klem: overheden hebben na de kredietcrisis en corona zulke enorme schulden opgebouwd, dat structureel hoge rentes die schulden onhoudbaar maken. De verwachting dat spaarrentes rendementen op obligaties blijvend boven inflatie uitkomen is geen gegeven. Het is een wens.
Wat er in de Tweede Kamer gebeurde
Het voor mij ontnuchterende moment in dit debat speelde zich af in de Kamer toen ik het live volgde.
Bij de behandeling van de nieuwe box 3-wetgeving stelde één Kamerlid een vraag over inflatie. Het antwoord van de staatssecretaris: de vrijstelling wordt geïndexeerd met inflatie, dus daar is rekening mee gehouden.
Niemand haakte in, er werd niet doorgevraagd en het antwoord werd geaccepteerd.
Maar het antwoord klopt niet. De vrijstelling in box 3 is een drempel — een bedrag waaronder je geen belasting betaalt, zodat mensen een normale financiële buffer kunnen opbouwen. Dat die grens meestijgt met inflatie is logisch, maar het heeft niets te maken met inflatiecorrectie op het rendement zelf. Het zijn twee volledig verschillende dingen.
De werkelijke vraag — betaal je belasting over koopkrachtverlies? — werd nooit beantwoord. En niemand in de zaal merkte het verschil.
Dat is wat dit verhaal zo verontrustend maakt. Niet dat de overheid een ongunstige keuze maakt — dat is van alle tijden. Maar dat de mensen die deze keuzes moeten controleren het onderscheid niet kennen.
Wie betaalt uiteindelijk de rekening?
De politiek presenteert box 3-belasting als een eerlijke bijdrage van vermogenden. Maar wie écht vermogend is, heeft zijn geld allang niet meer op een spaarrekening staan. Dat zit in een BV, in het buitenland, in constructies waar box 3 niet bij komt.
De kleine spaarder — die gewoon iets opzijzet voor later — heeft die uitwegen niet. Die betaalt gewoon. Over rendement dat hij in koopkracht nooit heeft ontvangen, op basis van wetgeving die in de Kamer werd doorgevoerd zonder dat iemand de kern van het probleem begreep.
De vraag is niet óf dit ooit wordt aangevochten. De vraag is wanneer.
17 maart en 25 maart organiseren we vanuit GRYP twee online events over Box-3. Ab Flipse zal zijn visie geven op de wetswijziging en tips geven over hoe je met onrust over deze wetgeving kunt omgaan. André van Luijk richt zich op de uitdagingen omtrent box-3. Op 25 maart vindt een vervolg plaats, deze is exclusief voor GRYP-leden.