Waarom vinden we als samenleving het belasten van vermogen steeds normaler? | André van Luijk
Artikel: André van Luijk
De afgelopen jaren merk ik steeds vaker dat er iets veranderd is in hoe we naar vermogen kijken. Niet door één grote politieke beslissing, maar door een geleidelijke verschuiving in onze cultuur — en die verschuiving heeft gevolgen.
Sparen was ooit een deugd. Wie discipline toonde, bewust keuzes maakte en consumptie uitstelde, werd gerespecteerd. Kapitaal opbouwen was geen teken van hebzucht, maar van verantwoordelijkheid. Dat gold in gezinnen, op school en ook in het publieke debat. Dat beeld is langzaam aan het kantelen.
“Sparen was ooit een deugd. Dat beeld is langzaam aan het kantelen”
Van deugd naar verdacht
Buiten de grote steden zie je bij sommige jongeren nog iets van die oude mentaliteit terug. Ze beginnen al vroeg met werken — een krantenwijk, een vakantiebaantje of kleine handeltjes — en bouwen stap voor stap iets op. Tegen de tijd dat ze gaan trouwen, hebben sommigen al €30.000 tot €60.000 gespaard.
Een tijd geleden sprak ik een jong stel, beiden onder de 25 jaar, dat samen ongeveer €100.000 had opgebouwd. De bank geloofde het nauwelijks en vroeg drie jaar bankafschriften op om te controleren of het geld echt gespaard was.
Toen bleek dat alles klopte, kwam de reactie van de bankmedewerker:
"Maar hebben ze dan wel geleefd?"
Die ene zin zegt misschien meer over onze tijdgeest dan over dat stel. Consumptie lijkt de norm te zijn geworden en de spaarder moet zich bijna verantwoorden. Terwijl ik uit ervaring kan zeggen dat veel jongeren op het platteland minstens zo'n rijk leven leiden als hun stadsgenoten. Alleen maken ze andere keuzes.
“Wanneer steeds minder mensen sparen, verandert ook hoe we naar spaargeld kijken. Wat ooit normaal was, wordt langzaam uitzonderlijk. En wat uitzonderlijk wordt, wordt al snel als privilege bestempeld.”
Maar die keuzes worden steeds minder begrepen. Wat vroeger discipline heette, wordt tegenwoordig sneller gezien als privilege.
Wanneer steeds minder mensen sparen, verandert ook hoe we naar spaargeld kijken. Wat ooit normaal was, wordt langzaam uitzonderlijk. En wat uitzonderlijk wordt, wordt al snel als privilege bestempeld.
Heeft iemand vermogen opgebouwd? Dan klinkt al snel de vraag of ouders misschien hebben geholpen, of dat iemand simpelweg geluk heeft gehad. Dat kan natuurlijk zo zijn. Maar het idee dat vermogen ook het resultaat kan zijn van discipline, geduld en uitgestelde consumptie lijkt steeds minder serieus genomen te worden.
De belasting op geduld
Sparen is in wezen niets anders dan consumptie uitstellen. Je geeft vandaag minder uit, zodat je later meer mogelijkheden hebt.
Dat gedrag heeft niet alleen voordelen voor de eigen portemonnee. Minder directe consumptie betekent ook minder productie, minder grondstoffen en minder druk op het systeem. In die zin is uitgestelde consumptie misschien wel een van de meest duurzame keuzes die een individu kan maken.
Toch stuurt ons belastingstelsel een andere boodschap. Spaargeld en rendement worden steeds zwaarder belast en vanaf 2028 wordt direct rendement belast tegen 36 procent. Daardoor wordt opbouwen relatief minder aantrekkelijk.
De ironie is dat juist politieke partijen die sterk inzetten op duurzaamheid hebben ingestemd met een systeem dat uitgestelde consumptie minder beloont.
De rekening bij de verkeerde groep
In het publieke debat gaat het vaak over “de rijken” en “de ultra-rijken”. Dat frame creëert draagvlak voor hogere belastingen op vermogen.
Maar de echte rijken zitten meestal helemaal niet in box 3. Hun vermogen bevindt zich vaak in ondernemingen of andere structuren.
De rekening van beleid dat wordt verkocht als eerlijk delen, komt daardoor vaak terecht bij een heel andere groep: middenklassers, kleine zelfstandigen en gewone spaarders die iets proberen op te bouwen voor later.
De politiek spreekt over miljardairs. De middenklasse betaalt.
Een spiegel van onze keuzes
Belasting ontstaat nooit in een vacuüm. Hoe een land belasting heft, zegt altijd iets over wat een samenleving normaal en rechtvaardig vindt.
Zolang sparen breed werd gezien als een deugd, was het politiek moeilijk om spaargeld zwaar te belasten. Nu vermogen steeds vaker wordt geassocieerd met ongelijkheid, ontstaat er vanzelf meer ruimte om dat wel te doen.
Een belastingstelsel laat uiteindelijk zien welke keuzes een samenleving maakt — en welke gedragingen worden aangemoedigd of juist ontmoedigd.
17 maart en 25 maart organiseren we vanuit GRYP twee online events over Box-3. Ab Flipse zal zijn visie geven op de wetswijziging en tips geven over hoe je met onrust over deze wetgeving kunt omgaan. André van Luijk richt zich op de uitdagingen omtrent box-3. Op 25 maart vindt een vervolg plaats, deze is exclusief voor GRYP-leden.
Volgende keer: Inflatie en het belasten van vermogen.