Wat is de rol van obligaties binnen de permanente portefeuille? | André van Luijk

Artikel: André van Luijk

Obligaties vervullen traditioneel een belangrijke rol binnen de permanente portefeuille, met name als bescherming in periodes van economische neergang en deflatie. Maar om hun huidige rol goed te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk eerst stil te staan bij wat een obligatie in essentie is: een schuldbewijs.

Wat is een obligatie?

Een obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs dat wordt uitgegeven door een overheid, bedrijf of andere organisatie. Net als bij een spaarrekening ontvang je rente over het ingelegde bedrag. In die zin lijken obligaties sterk op sparen, zij het met een doorgaans hogere vergoeding en een langere looptijd. Het onderscheidende kenmerk is vooral de verhandelbaarheid.

Vergoeding op obligaties

De vergoeding op obligaties wordt in sterke mate bepaald door het beleid van centrale banken. Officieel hebben centrale banken als primaire taak het bewaken van prijsstabiliteit. In de praktijk is die taak de afgelopen decennia echter steeds meer verweven geraakt met het waarborgen van de stabiliteit van het financiële systeem. Door de sterk oplopende overheidsschulden is de beleidsruimte van centrale banken aanzienlijk kleiner geworden. Formeel zijn zij onafhankelijk, maar feitelijk is een te hoge rente nauwelijks nog houdbaar, omdat dit de financierbaarheid van die schulden direct onder druk zet.

Wanneer de rente daalt, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien, profiteren bestaande obligaties met een vaste coupon. Hoe langer deze renteafspraak nog doorloopt, hoe gunstiger dat is voor het rendement. Tegelijkertijd ontstaat hier een structureel spanningsveld. Overheden hebben door hun hoge schulden belang bij lage rentes, terwijl beleggers juist een reële vergoeding verwachten voor inflatie en risico. Hierdoor is het traditionele evenwicht verstoord.

Het ‘koorsdansbeleid’ van centrale banken

Volgens de economische theorie zouden centrale banken bij oplopende inflatie de rente moeten verhogen. Dat blijft hun formele opdracht. Maar in een systeem waarin schulden een dominante rol spelen, kan een forse renteverhoging de financiële stabiliteit in gevaar brengen. Centrale banken balanceren daardoor steeds vaker tussen twee doelen die met elkaar botsen: inflatiebeheersing en schuldhoudbaarheid. Het beleid is daarmee veranderd in een vorm van koorddansen.

In de praktijk proberen centrale banken deze spanning te managen via communicatie en verwachtingen, in plaats van via krachtige renteverhogingen. Dat kan tijdelijk effectief zijn, maar het gevolg is wel dat de vergoeding op obligaties structureel onder druk staat. Historische rendementen bieden daardoor steeds minder houvast voor de toekomst. De kredietcrisis heeft dit mechanisme zichtbaar gemaakt: het probleem van te hoge schulden werd destijds opgelost door nóg meer schulden toe te voegen.

Heroverwegen rol van obligaties

Omdat obligaties vooral goed presteren in deflatoire omstandigheden, hebben zij de afgelopen periode relatief gunstig gefunctioneerd. Deflatie komt echter zelden voor en maakt deel uit van lange economische cycli die zich over meerdere generaties uitstrekken. Dat betekent niet dat obligaties geen functie meer hebben, maar wel dat hun rol heroverwogen moet worden binnen een veranderd monetair regime.

Obligaties staan als rendementsbron onder druk

Voor risicomijdende beleggers blijven obligaties belangrijk vanwege hun stabiliserende werking. Zij dempen schommelingen in de portefeuille en zorgen voor rust. Tegelijkertijd is het aannemelijk dat rentes door de hoge schuldenniveaus langdurig in de buurt van de inflatie blijven. De gebruikelijke obligaties staan daardoor als rendementsbron onder druk.

Binnen dat kader ontstaat een logische verschuiving van verhandelbare naar minder verhandelbare schuldbewijzen. Denk aan directe leningen, één-op-één financieringen of crowdfunding. Dit zijn geen nieuwe of exotische vormen van investeren, maar vormen van kredietverlening die vroeger grotendeels door banken werden verzorgd. Door strengere regelgeving en kapitaaleisen zijn banken terughoudender geworden, waardoor ook relatief laag-risicoprojecten buiten het bancaire systeem zijn komen te vallen.

Spreiding tussen liquiditeit en looptijd

Het non-bancaire segment bevat uiteraard risicovollere projecten, maar ook financieringen met een degelijk risicoprofiel en voorspelbare kasstromen. Door spreiding over meerdere projecten kan het risico worden beperkt. De rentevergoeding op dit type financieringen vormt doorgaans een realistischer compensatie voor het gelopen risico en wordt minder gedrukt door centraal monetair beleid.

Door een deel van het vermogen in obligaties aan te houden en een deel in niet-verhandelbare schuldbewijzen, ontstaat bovendien spreiding tussen liquiditeit en looptijd. Dat past bij het langetermijnkarakter van de permanente portefeuille. Verhandelbaarheid is daarbij een eigenschap, geen voorwaarde. In essentie blijft het gaan om schuldbewijzen.

Noodzaak tot herijking

De noodzaak tot herijking wordt verder versterkt door de huidige ontwikkelingen. Oorlogseconomieën en de energietransitie vragen om enorme investeringen, terwijl het rendement onzeker is en de kosten zich over lange tijd uitstrekken. Tijdens de energietransitie moeten bovendien twee systemen parallel blijven draaien, wat de druk op overheidsfinanciën verder vergroot. Dat betekent dat de schulden verder zullen toenemen, terwijl de ruimte voor hogere rentes beperkt blijft.

De rol van obligaties verandert daarmee omdat het monetaire systeem waarin zij functioneren fundamenteel is gewijzigd. De permanente portefeuille vraagt in deze context om een modernere interpretatie dan de klassieke keuze voor obligaties via de gebruikelijke grootbanken.

In het volgende artikel wordt ingegaan op de rol van aandelen binnen de permanente portefeuille.

! Het bovenstaande is geen advies. !

WORD LID
Volgende
Volgende

Wat is de rol van goud in de permanente portefeuille? | André van Luijk