De sterfbelasting

Artikel: Mark van Buuren

Erfbelasting is ingeburgerd en niet iedereen stelt de principiële vraag: waarom denkt de Staat recht te hebben op een deel van het vermogen dat ouders aan hun kinderen nalaten?

Eigendom over generaties heen

Eigendom behoort in beginsel toe aan degene die het heeft verworven. Een huis, onderneming, spaargeld of stuk grond wordt niet ineens publiek bezit omdat de eigenaar overlijdt. Wie werkelijk eigenaar is, moet ook het recht hebben te bepalen aan wie zijn bezit wordt overgedragen. Juist daarin krijgt eigendom betekenis over generaties heen.

“Vererven is geen extraatje. Het is de ruggengraat van het gezin: huis, bedrijf, grond, bezit, naam. Wie die keten doorsnijdt, maakt van elke generatie afhankelijker, met de overheid als stille vennoot.”

De Bijbel is daar nuchter over. Het erfdeel is geen speeltje van de vorst. Naboth weigerde zijn wijngaard: “De HEERE verhoede het, dat ik u het erfdeel van mijn vaderen geven zou.” (1 Koningen 21). Het jubeljaar gaf de grond terug aan de familie.

Spreuken zegt dat de goede mens zijn kindskinderen doet erven. Vererven is geen extraatje. Het is de ruggengraat van het gezin: huis, bedrijf, grond, bezit, naam. Wie die keten doorsnijdt, maakt van elke generatie afhankelijker, met de overheid als stille vennoot.

Toen de sterfkamer nog geen melkkoe was

Historisch was dat besef verankerd bij de Staat. In Holland werd vanaf de late zestiende eeuw alleen successierecht geheven bij vererving buiten de rechte lijn. Kinderen en kleinkinderen werden volledig ontzien.

Ook na invoering van het landelijke successierecht in 1818 bleef erven in de rechte lijn vrijgesteld. Pas in 1878 werd de sterfkamer een melkkoe, mede omdat de schatkist meer inkomsten nodig had. Rond 1900 betaalde een kind 1% successierecht. Inmiddels is dat - wanneer er enig vermogen is - opgelopen tot 20% erfbelasting voor de eerste lijn, en tot 40% daarbuiten..

“Een sterke samenleving bestaat uit sterke families die kunnen bouwen, bewaren én doorgeven.”

Generatieve verantwoordelijkheid en sparen wordt bestraft

Erfbelasting is moreel niet te verdedigen. Het vermogen is tijdens het leven al opgebouwd uit eerder belast inkomen, winst en rendement. Alleen de eigenaar overlijdt, wat geen belastbaar feit is. Vervolgens presenteert de Staat zich bij de overdracht binnen de familie opnieuw als rechthebbende.

Daar komt een tweede bezwaar bij: erfbelasting bestraft generatieve verantwoordelijkheid en sparen . Wie consumeert en niets nalaat, betaalt niets. Wie spaart, onderneemt, aflost en iets voor zijn kinderen opbouwt, creëert een nieuwe fiscale claim.

Tenslotte: erfbelasting verzwakt het vermogen van families om over generaties heen zelfstandig te worden. Bezit zorgt voor rentmeesterschap, continuïteit, weerbaarheid en minder afhankelijkheid van instituties.

Een sterke samenleving bestaat uit sterke families die kunnen bouwen, bewaren én doorgeven.

“Het effect is dat wetgeving wordt gemaakt voor waar het meeste geld zit of waar het makkelijkst te innen is, en dat is telkens de middenklasse. ”
— André van Luijk

‘Ieder voor zich en de overheid voor ons allen’

Ik denk dat de overheid niet de oplosser van ieder probleem moet zijn. Dan zijn er minder geld, regels en ambtenaren nodig, en houdt de middenklasse meer ruimte in plaats van steeds verder te worden belast.

Doordat steeds meer mensen afhankelijk zijn van de overheid, verwachten ze ook steeds meer oplossingen van diezelfde overheid.

Ik denk dat mensen weerbaarder en minder afhankelijk moeten worden. Dat zorgt uiteindelijk voor een weerbaardere samenleving dan "ieder voor zich en de overheid voor ons allen".

Op de hoogte blijven? Op 13 oktober organiseren we een online talk over dit onderwerp. Ontdek meer over dit event.

Volgende
Volgende

Framing op ultra-rijken, maar de middenklasse betaalt