Gelijke kansen en gelijke uitkomsten zijn een illusie

Artikel: André van Luijk

De filosoof Pierre Bourdieu onderscheidde drie vormen van kapitaal: economisch, cultureel en sociaal.

Economisch kapitaal gaat over financiële middelen en materiële rijkdom. Bij cultureel kapitaal denk je aan kennis, vaardigheden, opleiding en houding, bij sociaal kapitaal aan netwerken en relaties. Economisch kapitaal is vaak het gevolg van cultureel en sociaal kapitaal, en juist die twee bepalen grotendeels de startpositie.

Die kun je niet belasten of herverdelen.

Verregaande gelijkheid tast de vrijheid aan

Het idee dat je gelijke kansen creëert door vermogen te belasten, is daarom een illusie. Wie echt gelijke kansen wil, kan beter investeren in onderwijs en in kinderen met een achterstand, want dat pakt de oorzaak aan. Gelijke uitkomsten zijn al helemaal een illusie, en het streven ernaar tast uiteindelijk de vrijheid aan.

“De Franse Revolutie was weliswaar gebaseerd op vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar vergaande gelijkheid tast de vrijheid aan en eindigt in dictatuur.”
— André van Luijk

Vrijheid en gelijkheid staan op gespannen voet met elkaar. De Franse Revolutie was weliswaar gebaseerd op vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar vergaande gelijkheid tast de vrijheid aan en eindigt in dictatuur.

Gelijke kansen komen niet van bovenaf, maar onderaf

Zijn gelijke kansen dan niet belangrijk? Natuurlijk gun je iedereen gelijke kansen, maar die hulp moet van onderaf komen, vanuit gezinnen, gemeenschappen en maatschappelijke initiatieven, en niet via de overheid.

Vertaald naar erfenissen: vanuit de familielijn bekeken vermindert een erfenis juist de vermogensconcentratie. Stel dat ouders € 400.000 overwaarde hebben en vier kinderen, dan wordt een vermogen van vier ton over vier mensen verspreid.

Dat is gelijkheid binnen de familielijn, niet totale gelijkheid in de samenleving, en dat laatste is ook niet het doel. Het is bizar dat mensen denken dat die vier ton naar de gemeenschap of de overheid zou moeten vloeien.

“Natuurlijk gun je iedereen gelijke kansen, maar die hulp moet van onderaf komen, vanuit gezinnen, gemeenschappen en maatschappelijke initiatieven, en niet via de overheid.”
— André van Luijk

Vier ton klinkt weinig, maar het gemiddelde bedrag van een erfenis was in 2024 € 145.200. Dat gemiddelde wordt omhooggetrokken door een klein aantal zeer grote erfenissen.

De mediaan, waarbij de helft van de erfenissen lager en de helft hoger ligt, is met ongeveer € 26.500 veel lager. Het vermogen in Nederland zit vooral in de overwaarde van huizen, en als je het terugrekent per erfenis, valt het best mee.

Ik heb de indruk dat voorstanders vooral het totaalbedrag noemen. Dat klinkt zo hoog dat het gevoel ontstaat dat een paar zeer rijke mensen heel veel geld hebben en dat dit best belast mag worden. Een groot deel van dat bedrag zit echter in woningwaarde en dus bij gewone gezinnen. Zij gaan het betalen.

“Een groot deel van dat bedrag zit echter in woningwaarde en dus bij gewone gezinnen. Zij gaan het betalen.”
— André van Luijk

Op de hoogte blijven? Op 13 oktober organiseren we een online talk over dit onderwerp. Ontdek meer over dit event.

Vorige
Vorige

Is een progressieve erfbelasting een goed idee?

Volgende
Volgende

De individualisering van het erfrecht